Skip links

Heerlijk kunnen wandelen in het bos zonder moeite

Totale knieprothese (TKP) of halve knieprothese

Anatomie

Het kniegewricht is een scharniergewricht. Het wordt gevormd door twee botuiteinden: dit zijn de onderkant van het dijbeen en de bovenkant van het scheenbeen. Aan de voorzijde zit de knieschijf. De uiteinden daarvan zijn bedekt met een laagje kraakbeen, zodat de knie soepel beweegt. Aan de binnen- en buitenzijde van de knie zit de meniscus: een soort stootkussen. Midden in het kniegewricht liggen de voorste en achterste kruisbanden. Deze voorkomen dat het onderbeen tijdens het lopen en het maken van draaibewegingen naar voren of achteren schiet.

Slijtage

Bij het ouder worden vermindert de kwaliteit van het kraakbeen. Meestal is dit normale slijtage op oudere leeftijd, de zogenaamde artrose. Verder kunnen kraakbeen- en stofwisselingsziekten ook oorzaken zijn van slijtage. Ook door een botbreuk of reuma of na verwijdering van een meniscus kan slijtage optreden. Doordat de gewrichtsvlakken niet meer soepel langs elkaar kunnen glijden, wordt het bewegen steeds moeilijker en pijnlijker.

Een beschadigde of versleten knie kan allerlei klachten geven:

  • pijn bij het (trap)lopen;
  • pijn als u lang staat;
  • stijfheid bij het opstaan als u gezeten heeft (startpijn);
  • pijn gedurende de nacht;
  • verergering van klachten bij vochtig of koud weer.

Behandeling

Eerst wordt gestart met medicijnen en fysiotherapie. Als de klachten u echter te sterk in uw beweeglijkheid beperken en de pijn te erg wordt, komt u in aanmerking voor een halve of totale knieprothese.

Prothesen

Er zijn twee typen prothesen: de halve en de totale knieprothese. Soms is er alleen de slijtage aan binnenzijde of buitenzijde van het gewricht. In die gevallen kan volstaan worden met een halve knieprothese.

De meest gebruikte is de totale knieprothese, die al het kraakbeen van dijbeen en scheenbeen vervangt. Bij deze operatie maakt de orthopeed aan de voorkant van de knie een verticale snee. Daarna verwijdert hij de versleten uiteinden van het dijbeen en scheenbeen en vervangt hij dit door metalen prothesedelen. Daartussen komt een plastic schijfje, dat zorgt dat de metalen prothesedelen soepel bewegen.

Nabehandeling

U kunt de knieprothese nog dezelfde dag belasten. U wordt hierin begeleid door de fysiotherapeut. De eerste 6 weken leert u de knie tot meer dan 90 graden te buigen. Na 6 weken heeft u beide krukken over het algemeen geheel afgebouwd voor korte afstanden (max 500m). Voor langere afstanden is dan regelmatig nog enkele weken 1 kruk nodig. De totale revalidatie duurt 4-6 maanden.

Complicaties

De kans op een wondinfectie na de operatie is ongeveer 0,5%. Mocht de wond rood worden of na 10-14 dagen blijven lekken, dan is een schoonmaak operatie nodig met daarna antibiotica.

Het kan zijn dat de knieprothese niet uw hele leven meegaat. De prothese kan dan los gaan zitten. De knieprothese kan dan eventueel weer vervangen worden. Na tien jaar voldoen meer dan 95% van de geplaatste knieprothesen nog aan gestelde voorwaarden (na vijftien jaar, 85%).Nabloeding: in de eerste twee weken na de operatie kan een lekkend bloedvat ervoor zorgen dat bloed zich ophoopt in de knie. Soms komt er bloed door de wond naar buiten. Het gewricht wordt rood, erg dik en pijnlijk.

Trombose: om te voorkomen dat een bloedvat plotseling kan afsluiten, zult u de eerste 4 weken na de operatie bloedverdunnende medicijnen (injecties) moeten gebruiken. Er is sprake van trombose als er een (ongewenst) stolsel ontstaat in een bloedvat, meestal in de kuitader. Het onderbeen is hierbij pijnlijk, zwelt op en wordt licht rood en glanzend.

Meer informatie over:

Heup
Schouder
Hand/pols/elleboog